Kanelbullar zoals ze in Ödeshög gemaakt worden
Elke zondagochtend lopen wij naar het bakkertje in Ödeshög voor kanelbullar. Toch hebben we het recept ook thuis onder de knie gekregen, voor de dagen dat we niet weg willen. Het verschil met een Nederlands kaneelbroodje zit in twee dingen: kardemom, en terughoudendheid met suiker.
Ingrediënten
- 500 gram bloem
- 25 gram verse gist (of 7 gram droge gist)
- 2,5 dl volle melk, lauwwarm
- 75 gram boter, gesmolten en weer afgekoeld
- 75 gram suiker
- 1 theelepel zout
- 1,5 theelepel gemalen kardemom, liefst vers gemalen uit de peulen
- Voor de vulling: 75 gram zachte boter, 50 gram suiker, 2 theelepels kardemom, 1 theelepel kaneel
- Voor de afwerking: 1 ei, parelsuiker
Bereiding
- 1 Los de gist op in de lauwwarme melk. Meng de droge ingrediënten, voeg de melk en de gesmolten boter toe, en kneed een minuut of tien tot het deeg soepel en elastisch aanvoelt.
- 2 Laat het deeg een uur rijzen onder een vochtige doek, tot het in volume verdubbeld is.
- 3 Rol het deeg uit tot een rechthoek van ongeveer 40 bij 60 centimeter. Smeer de vulling er dun overheen, tot in de hoeken.
- 4 Rol op vanaf de lange kant tot een strakke rol, snijd in twaalf stukken en leg ze op hun kant in papieren vormpjes of op de bakplaat.
- 5 Nog een halfuur laten rijzen, dan een eierwas en flink wat parelsuiker erover.
- 6 Vijftien minuten op 200 graden, tot ze goudbruin zijn. Eet ze de dag zelf, met een kop koffie op de veranda.
Tip: Koop kardemom als hele peulen en maal ze zelf; het verschil met kant-en-klaar poeder is groter dan je zou denken.